En waar gaat de 2007-reis naartoe…
Tja, mag al geen verrassing meer zijn: Zuid-Afrika, Namibie en Botswana weer. Eigenlijk wilden we dit jaar een stukje omhoog klimmen en Zambia en Malawi bezoeken. Maar toen we afgelopen november in het prachtige Etosha kampeerden ontstond het idee om mijn ouders een keer mee te nemen op avontuur. Ze zijn alleen nog maar voor onze trouwerij in het Krugerpark geweest en vonden dat fantastisch. Alleen reizen doen ze niet en met een groep al helemaal niet, dus zo kwam het besluit ze mee te vragen. JAAAAAA, was het antwoord en inmiddels zijn de tickets geboekt en is de route globaal uitgestippeld. De campings in Sossuvlei en Etosha wilden we reserveren, dus je moet toch wel een beetje plannen dan.
Op 2 november aanstaande vliegen we vanaf Dusseldorf via London naar Kaapstad. Daar pikken we onze 4×4 met 2 daktenten op en vertrekken richting Namibie. De enige overnachting in Z-Afrika zal waarschijnlijk zijn op camping Algeria in de Cederbergen. Vanuit daar rijden we de volgende dag het hele stuk naar de grens, de eerste nacht in Nambie willen we doorbrengen op Norotshama aan de Oranje. Dan gaat het naar Aus, Sossusvlei, via Solitaire en de Kuisebpas naar Swakopmund, Cape Cross, stukje Skeleton Coast, regio Damaraland, Etosha (Halali en Namutoni), Rundu, Ngepi/Popa Falls, Caprivi, Vic Falls, Kasane (Chobe), Nata, Makgadikadi Pannen (Khumaga), en als mijn ouders het nog aankunnen via Central Kalahari GR naar Ghanzi en Windhoek. Vanuit daar vliegen we teurg via Johannesburg, London naar Dusseldorf.
Best een hele trip, met enkele dagen boven de 500 km, maar dan hebben ze wel alle hoogtepunten gezien, volgens ons.
Natuurlijk zal her tzt weer een reisverslag staan…
groetjes,
Tamara
Reisverslag 2006: Z-Afrika en Namibie
In november 2006 vertrokken we voor de vijfde keer naar Zuidelijk Afrika. We hebben 7600 km gereden in 22 dagen, met een Toyota Corolla. We hadden zelf een klein tentje meegenomen. Hieronder het reisverslag!
3- 25 november 2005 Van Kaapstad naar Kaapstad, Zuid-Afrika en Namibië
Eindelijk is het weer zover! Na 11 maanden afzien in het koude, overvolle Nederland mogen we weer naar Afrika. Via Frankfurt vliegen we naar Kaapstad waar we op zaterdag 4 november rond het middaguur landen. Bij de paspoortcontrole en de balie van Europcar staan enorme rijen met toeristen, dus pas na 13 uur rijden we eindelijk weg van Kaapstad, op naar Algeria, onze favoriete plek in de Cederberg (300 km ten noorden van Kaapstad). De Toyota Corolla die we meekrijgen is weliswaar splinternieuw, maar heeft wel wat kuren. Zo blijft af en toe het gas hangen, maar na een uur over een vreselijke hobbelige weg lost het probleem zich vanzelf gelukkig op. Onderweg doen we boodschappen in Malmesbury en zien we zelfs al wat wilde dieren (kraanvogels, springbokken, parelhoenders etc.). De temperatuur valt wel wat tegen, maar 20 graden, maar gelukkig schijnt de zon wel. Rond half 5 komen we aan op de camping en meteen al bij de receptie zien we twee bekende gezichten: mijn collega’s Carla en Suzanne zijn een paar dagen eerder in Kaapstad geland en ook op weg naar Namibië. Een paar dagen staan we op dezelfde camping, dus we zullen ze nog wel vaker tegenkomen. Dit is echter wel onverwacht. We steken gezamenlijk de braai aan maar gaan dan vroeg naar bed. Het is ijskoud, het miezert en er waait een vieze wind. We houden onze fleecetruien aan in de tent.
Zondag 5 november
Als we wakker worden om half 7, is het nog steeds behoorlijk koud, maar gelukkig zijn de wolken verdwenen. De zon doet goed haar best en het ziet ernaar uit dat de temperatuur snel zal oplopen. We pakken in en nemen afscheid van Carla en Susanne. We besluiten de mooie route binnendoor naar Clan William te nemen, maar als we bijna bij de grote weg zijn stranden we voor de Olifantsrivier. Hoewel er gisteren nog geen druppel water inzat, is heet nu een woest stromende rivier, waar we met geen mogelijkheid door heen kunnen rijden. Dat wordt terugrijden naar het kruispunt bij Algeria en de andere weg nemen. In eerste instantie wilden we vandaag de Augrabies Watervallen proberen te bereiken, maar doordat we 3 uur kwijt zijn met terugrijden, besluiten we niet verder te gaan dan Springbok. Ik heb een stevige hoofdpijn en verlang echt naar mijn bedje. We vinden net buiten Springbok een geweldige campsite in het Goegap Nature Reserve. Het is hier te mooi om naar bed te gaan, we doen onze eerste game drive van deze reis. We zien vooral veel springbokken, gemsbokken en zebra’s. De omgeving is prachtig, heuvels en dan daartussen grote grasvlakten. We zien zelfs nog een slang (molslang?) wegschieten. Op de camping zijn we de enige gasten. Helaas waait het vreselijk, zodat we de tent aan alle kanten aan de overkapping moeten vastbinden. In Springbok eten we wat. We krijgen de sleutel van het hek mee, aangezien de beheerder ‘s avonds naar huis gaat. Ik voel me behoorlijk beroerd (migraine) dus het etentje is niet echt een gezellig uitje. Snel eten en dan naar bed. Door de storm doen we geen oog dicht, midden in de nacht staan we nog op om naar de sterren te kijken. Gelukkig is de koppijn wel weg de volgende morgen.
Maandag 6 november
Om 7 uur vertrekken we, op weg naar de Augrabies Watervallen. Dit stuk Afrika hebben we nog nooit bezocht en we zijn dan ook erg benieuwd. Oja, wat misschien handig is te weten: in Springbok vinden we een klein winkeltje met kampeerspullen, hier kopen we nog gasflessen en extra haringen. Het eerste stuk gaat nog vooral door woestijnachtig gebied, tot aan Pofadder zijn er geen dorpjes en ook amper verkeer. Pofadder zelf heeft een tankstation en een supermarkt. Daarna rijden we een stuk met de Oranjerivier op. Hier wordt het groener en er zijn veel wijngaarden. De mensen zijn er wel vreselijk arm, dat valt echt op. Armer dan in andere gebieden van Zuid-Afrika, Zo te zien hebben alleen de (blanke) wijnboeren het goed hier. Wat opvalt is dat het gebied behoorlijk vlak is en het is moeilijk voor te stellen dat over 30 kilometer na de afslag op de verharde weg de hoogste watervallen van Zuid-Afrika te vinden zijn. Maar het nationale park blijkt echt een klein paradijs te zijn. De camping ligt er ook prachtig en aan de rand zetten we de tent op. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de rotsen en de klipdassen die je nieuwsgierig aankijken. Ook stikt het er van de eekhoorntjes en vogels. Eigenlijk willen we hier nooit meer weg. We lopen naar de watervallen. Het is bijzonder indrukwekkend, ook al loopt het droge seizoen bijna af. Op het kantoortje hangen foto’s van hoe het was na de enorme regens van maart en april en dat is echt onvoorstelbaar. Nadat we genoeg foto’s hebben gemaakt maken we een gamedrive door het park. Hoewel een deel is afgesloten voor toeristen, is er toch nog een flink stuk waar je wel in mag. Behalve de dieren die we tegenkomen (giraffes, bavianen, klipspringers, roofvogels) is ook het uitzicht adembenemend. Er zijn verschillende picknickplekken waar je een fantastisch uitzicht hebt over de Oranjerivier, die ver beneden je door het dal slingert. We zien zelfs nog een Cape clawless otter (althans ik, Jeroen staat net te plassen helaas). Als we ‘s avonds zitten na te genieten met een wijntje en biertje op het terras, zien we de maan opkomen als een enorme oranje ballon! Wat een bijzonder einde van deze dag. Om half 10 liggen we in de tent en slapen aan een stuk door tot 6 uur de volgende ochtend.
Dinsdag 7 november
Na het ontbijt verlaten we dit paradijs met tegenzin en vertrekken we rond 8 uur naar Kgalagadi National Park. Onderweg merk je al snel dat je steeds dieper de Kalahari inrijdt, want het wordt steeds kaler en droger. De temperatuur loopt ook aardig op. De zandduinen onderweg zijn prachtig rood van kleur. Hoewel we van veel mensen hebben gehoord dat de laatste 70 km naar Twee Rivieren over een vreselijk slechte weg gaat, vinden wij het prima te doen met onze gewone auto. Een groot deel is al geasfalteerd en de rest is prima te berijden. Rond 12 uur zijn we in Twee Rivieren. De camping ligt direct aan de gate, wat wel wat jammer is. We zetten de tent op en rijden vol verwachting het park in. Bij de receptie moet je aangeven welke weg je gaat rijden, want er verdwalen nogal eens mensen. Het landschap is prachtig, duinen, zoutvlaktes en grasvlaktes wisselen elkaar af. We zien een oude leeuw, jaja met zwarte manen (Kalahari-leeuw), jakhalzen, spring- en gemsbokken. Tot nu toe is de weg goed te doen met onze auto. Wel erg zanderig, maar niet te mul. Wat grappig is is dat je dan weer in Botswana rijdt en dan weer in Zuid-Afrika, te zien aan de stenen paaltjes her en der.
We zijn op tijd weer terug op de camping, want we hebben ons aangemeld voor de night drive die om half 7 begint. Voordat we instappen hebben we al geluk: een molslang. Ook met de gids hebben we geluk. Hij weet ontzettend veel te vertellen over het leven van de dieren in de Kalahari. En ook met de dieren zit het mee. Tot onze grote vreugde zien we eindelijk eens 2 stekelvarkens en de bat eared fox (2). Volgens de gids beleven we ook nog een once in a life time experience als we een pole cat zien. Later wordt het een twice in a life time experience als we er nog een zien. Verder zien we nog een Afrikaanse wilde kat en een gevlekte ooruil met ‘chickie’. De Duitse vogelaar achter ons gaat compleet uit zijn dak en herhaalt wel 40 keer ‘It has a chick, it has a chick’, hij is bijna hysterisch. Dit wordt onze leus van deze vakantie
Zeer tevreden stappen we na de rit onze tent in.
8 november
Als om 5.30 uur de gate opengaat staan wij al te popelen. We nemen de weg naar Nossob. We zien het gebruikelijke wild (tja, we zijn al te verwend om het nog op te noemen) en verder nog een familie stokstaartjes (the Whiskers???) en een cheetah. De picknickplekken in dit park zijn echt geweldig. Helemaal midden in het niets, zonder hekken en alleen een houten gebouwtje dat dient als toilet. Na 6 uur zijn we eindelijk in Nossob, helemaal gaar. De afstanden in het park zijn enorm en doordat het allemaal zand- en gravelwegen zijn doe je er behoorlijk lang over. Ongeveer 5 kilometer voor het kamp ligt een jonge leeuw op de weg, weg moeheid. We maken flink wat foto’s en de leeuw lijkt echt voor ons te poseren. De Nossob-camping is een stuk aantrekkelijker dan Twee Rivieren. We zetten de tent vlak bij het hek op, onder een grote boom met enorm veel kwetterende vogels. Die kunnen mooi als wekker dienen. Van alle kanten komen ineens grondeekhoorntjes aan gerend. Als we naar het zwembad lopen, rennen ze vrolijk met ons mee en als we daar op het gras liggen gaan ze om ons heen zitten. Het is moeilijk niet in de verleiding te komen ze te voeren. We geven de familieleden allemaal een naam: Mr. Balls (heeft enorme ballen), Tattoe Bob (litteken op zijn rug), Vrouwtje T(heel)epel etc.
‘s Avonds gaan we weer op night drive. Dit keer zit het niet zo mee. De gids is enorm zelfingenomen en denk dat ie grappig is (niet dus), de andere passagiers komen uit Denemarken en verstaan geen woord Engels). Alleen een stel uit Zwitserland lijkt net zo graag dieren te willen zien als wij. We zien een bat eared fox, springhazen (grappige dieren, kruising tussen een haas en een kangoeroe), een wilde kat, een gier, 2 leeuwen (het mannetje van vanmiddag ligt nog op dezelfde plek en heeft gezelschap gekregen van zijn vriendin) en de klapper van de avond: een pofadder. Jeroen gaat door het lint en fotografeert zich suf. Helaas komen we net in een enorme donderbui terecht en moeten we de camera’s vaak ingepakt houden omdat het naar binnen regent. Het onweer is wel een prachtig schouwspel overigens.
9 november
Helaas, we moeten Nossob weer verlaten. We rijden dezelfde weg terug naar Twee Rivieren. De andere weg die we kunnen nemen gaat namelijk langs een droge rivier met erg hoog gras langs de weg, waardoor je weinig ziet. Meest bijzondere wat we zien vandaag: struisvogels met kuikens en een reuze ooruil (als we thuis de foto zien op de computer, blijken er nog 2 jongen ook in de boom te zien, wat zijn deze dieren geweldig goed gecamoufleerd). Om 11.30 uur zijn we terug in Twee Rivieren waar we de tent opzetten voor de laatste nacht in Zuid-Afrika voorlopig. De hele middag hangen we bij het zwembad. Rond 17 uur maken we nog een korte drive door het park. We zien 3 leeuwen (ver weg), veel jakhalzen, een reuze ooruil,3 Afrikaanse wilde katten en een prachtige zonsondergang. ‘s Avonds eten we in het restaurant.
10 november
Om 6.30 uur verlaten we Twee Rivieren en gaan we op weg naar Namibië (grens Rietfontein, volgens de laatste berichten gaat in september 2007 de grens bij Mata Mata open, wat een heel stuk zal schelen). Onderweg zien we nog een Kaapse vos met kleintjes. Mama rent er snel vandoor als ze ons ziet, maar de kids blijven nieuwsgierig toekijken hoe we ze fotograferen. Wat een pluizenbolletjes. Verderop bij de wegwerkzaamheden is het lachen met de stratenbouwers. Een eigenwijze blanke boer wil in de detour niet even 50 meter achteruit om een vrachtwagen (zwarte bestuurder), een bus en 5 personenauto’s eerst te laten gaan. Wij zouden een kilometer achteruit moeten, dus wat is het probleem. Principekwestie voor hem denk ik. Maar goed, dan staat het dus stil. Iedereen stapt uit en het is erg gezellig. Intussen zit de blanke boer zichzelf op te vreten, maar hij blijft weigeren achteruit te gaan. Jeroen gaat nog met hem praten, als blanke tot blanke, maar hij weigert zijn raam open te maken. Nou ja dan niet. Kijken wie de langste adem heeft. Na een half uur bedenkt hij zich eindelijk en rijdt 50 meter achteruit. Wat een eikel zeg! Er gaat gejoel op, iedereen is blij met deze overwinning. Nadat we uitgebreid zijn uitgezwaaid rijden we verder naar de grens. De weg is behoorlijk hobbelig en bij de grens zijn ze niet echt snel. We begrijpen dat we in een dorp 35 kilometer verderop de wegenbelasting moeten gaan betalen, in de plaatselijke videotheek annex eetcafe annex slagerij annex winkel. We lunchen er meteen en ontmoeten er de Zwitsers van de night drive weer. Erg aardige mensen, verslaafd aan Afrika net als wij. Onze volgende stop moet de Brukkaros-vulkaan worden, net boven Keetmanshoop. Nadat we in Keetmanshoop (niet echt een leuke plek) boodschappen hebben gedaan rijden we door naar de vulkaan. Volgens de reisgidsen is het er erg basic, maar met een prachtig uitzicht. De vulkaan zie je al van kilometers ver boven het vlakke land uitsteken, dus het kan niet missen. De camping is inderdaad erg basic. Geen water en de wc is een berg stront met een deksel erop. Dat vinden we niet zo erg, want dan gaan we wel buiten zitten. Maar wat wel jammer is dat we hier met geen mogelijkheid haringen in de grond krijgen. We besluiten verder te rijden, want dit is helaas niet te doen. We rijden verder naar Mariental, daar ligt aan de Hardapp Dam een resort met camping. Hoewel de gidsen lovend zijn over deze plek zijn we zwaar teleurgesteld. Alles is oud, de camping is echt jaren niet onderhouden, een zelfbenoemde gids bedelt om drank, er is geen warm water en daarbij is het ook nog eens vreselijk duur. Het uitzicht over het water is wel prachtig ‘s avonds. Om 20 uur liggen we al in bed, het was een lange reisdag en de volgende dag willen we in 1 stuk doorrijden naar Etosha (700 km).
11 november
Om 6 uur gaan we op pad. Vandaag is vooral een dag van autorijden. De route is prachtig, vooral rondom Windhoek, daar is het erg heuvelachtig. We zien nog een dode man liggen langs de weg, die is aangereden. Dat valt even zwaar, bah. In Otjiwarongo, dat een leuk dorpje is, rijden we nog langs Falkennest. Dit valt erg tegen, omdat het op een industrieterrein ligt, dus we zijn blij dat we niet verder zijn gegaan met tijd steken in een eventuele koop van deze b&b. In het dorp zien we nog een heuse Himba en we kunnen het niet laten haar om een foto te vragen. Kost me 5 euro, maar ja, dan heb je ook wat. Hopelijk besteedt ze het geld aan haar baby. In Outjo krijgen we een bekeuring voor het niet stoppen voor een stopbord. Daar zijn ze hier erg strikt in. Als er stop staat, stop je, ook al is er in geen velden of wegen een auto te zien. Om half 1 zijn we eindelijk in Okaukuejo, Etosha. De camping is druk, mar de waterhole ligt er fantastisch bij. De eerste game drive in Etosha levert meteen 2 leeuwen op, een hoop impala’s en een cape fox in zijn holletje. Ook het Sprookjeswoud is erg indrukwekkend. ‘s Avonds bij de waterhole zien we waar we zo op gehoopt hadden: 2 zwarte neushoorns. Als je die wilt zien is dit de beste plek van Afrika. Verder komen nog wat giraffes, zebra’s, springbokken, hyena’s, jakhalzen, en een uil drinken. Geweldig!
12 november
We zitten alweer bijna op de helft van de vakantie. Vandaag rijden we verder door het park naar Namutoni waar we 2 nachten hebben geboekt (150 km). We zijn er rond half 12 en als we zitten te lunchen zien we Susanne en Carla de camping oprijden. De middag brengen we samen door bij het zwembad en rond 5 uur doen we nog een drive. We zien 2 leeuwen en ook heel veel flamingo’s. Vorige jaar stond er geen water hier en toen zag het er echt heel anders uit. ‘s Avonds gooien we al het eten en de drank bij elkaar en maken we er met Carla en Susanne een gezellige avond van. Om 23.00 gaan we naar bed, erg laat voor Afrikaanse begrippen.
13 november
De volgende ochtend beginnen we met een drive, rond half 7. We zien ongeveer 14 leeuwen bij de Tsumcor waterplaats. En weer geen olifanten! Als we terugkomen nemen we afscheid van Carla en Susanne, die vandaag naar Halali gaan. ‘s middags hangen we bij het zwembad met een boek en na de avondrit gaan we uit eten. Als we terugkomen bij de tent zijn we totaal omsingeld door een viertal Duitsers. Dat verpest behoorlijk de avond, net als de 2 busladingen vol luidruchtige Nederlanders en Duitsers bij de waterplaats, waardoor de dieren natuurlijk wegblijven. We gaan vroeg en zwaar geïrriteerd naar bed.
14 november
We zijn blij als we Namutoni na het ontbijt verlaten. We staan om half 7 op en maken lekker veel lawaai. Tja, moeten ze maar niet zo dicht op ons gaan staan. Het eerste stuk zien we weinig, alleen een hyena. We hopen op olifanten vandaag. Maar net als we de hoop daarop op hebben gegeven, zien we langs de kant van de weg, een meter of 100 voor ons een katachtige liggen. Eerst denk ik dat het een leeuwin is, maar hoe dichterbij we komen hoe meer hoop we krijgen. Zou het dan eindelijk zo ver zijn??? En ja hoor, het is onze geluksdag: het is een luipaard. Heel voorzichtig rijden we naar haar toe. Ze blijft rustig liggen en gaat zich zelfs wassen. We kunnen het bijna niet geloven, zo dichtbij, op klaarlichte dag en geen andere bezoeker te bekennen. We nemen ongeveer 140 foto’s (lang leve digitaal) en na een half uurtje proberen we nog iets dichterbij te komen. Maar dan is ze ons zat en verdwijnt in het hoge gras, net voor de bus met Duitse bejaarden arriveert. Helemaal gelukkig laten we de foto’s zien aan hun gids. Die vertelt dat het luipaard waarschijnlijk door de pijpleiding onder de weg is gelopen om zo aan de andere kant van de weg te verdwijnen. We maken nog wat foto’s op de Etosha-pan en rijden dan naar Halali. Onze dag kan niet meer stuk. Nu we alle kampen van Etosha bezocht hebben, besluiten we dat Halai verreweg onze favoriet is. Vooral omdat het er zo rustig is. De busladingen verblijven meestal alleen in de andere twee kampen. Ook de waterplaats van Halali is prachtig. ‘s avonds kook ik pasta op het vuur terwijl Jeroen naar de waterplaats is. ‘s Avonds als het donker is zien we eindelijk onze eerste olifanten van deze vakantie. Een kudde van ongeveer 12, met een paar kleintjes. Verder nog 2 zwarte en 4 witte neushoorn en 5 hyena’s. We blijven wel drie uur zitten, dit is genieten. Een van de locals vertelt nog dat er vlakbij Rietfontein elke ochtend rond half 7 een luipaard zit onder de weg (zelfde soort pijpleiding als bij ‘onze’ luipaard), en we besluiten dat dat het doel van de volgende dag wordt: een tweede luipaard bij daglicht. Later die avond als we nog wat drinken op het terras, besluiten we voor volgend jaar mijn ouders mee te vragen. Dit willen we met ze delen. Ik bel mijn moeder meteen, die superenthousiast is! Het zal nog wel even wat tijd kosten om mijn vader te overtuigen, maar dat gaat vast lukken.
15 november
Om 6.15, als het hek opengaat, vertrekken we. De eerste keer rijden we nog voorbij, we zien niks. Wel hangt er her en der een dood dier in de boom. Het is wel duidelijk dat dit het thuis van een luipaard is. Op zoek naar de luipaard rijden we, verwend als we zijn, nog een paar leeuwen met jongen en een stel hyena’s voorbij. Maar als we de tweede keer langs de betreffende brug rijden zie ik hem meteen, direct langs de weg zit hij te eten. Een ander deel van zijn prooi hangt veilig in de boom. Als er na een half uur een andere auto aan komt rijden vlucht hij weg, onder de weg door het gras in. Het Duitse gezin in de auto kan nog net een glimp van hem opvangen. De safaribus is te laat, wat een timing. Bij Salvadore zien we de auto met het Duitse gezin. Ze wijzen ons op drie cheetahs! Wat een dag zeg! We volgen ze een tijdje. Op de terugweg zien we nog een hyena, die onder de boom met de prooi van de luipaard staat te kwijlen. De luipaard zien we niet meer. Na deze 2 fantastische Halali-dagen besluiten we Okaukuejo te laten voor wat het is en nog een nacht op Halali te blijven. De middag brengen we door met een Zuid-Afrikaan bij de waterhole. Hij is schrijver en werkt aan een boek over de diamantenhandel. Hij heeft interessante verhalen te vertellen. ‘s Avonds bij de waterhole komt dezelfde kudde olifanten drinken en verder nog 5 hyena’s en 4 witte neushoorns.
16 november
Om 6.15 uur staan we weer voor het hek om de luipaard te gaan zoeken. Maar hij is er niet. Bij Okaukuejo ontbijten we en dan verlaten we Etosha, met net voor de uitgang nog een enorme leeuw. Via de M63 rijden we van Outjo naar Kalkfeld en verder via de C33 naar Omaruru. Hier doen we boodschappen in de plaatselijke Spar en komen we wat prachtig geklede Herero-vrouwen tegen. In de Footprint lezen we over een bush camp waar je met San bosjesmannen op pad kunt. Dat Aabadi bush kamp wordt onze eindbestemming van vandaag. Via de C36 rijden we naar Wilhelmstal. De afslag zit direct aan de B2 in Wilhelmstal. Het ziet er prachtig uit. De Zweedse beheerster Annicka en haar twee honden heten ons welkom. De camping ligt bij een waterhole, en verder staan er nog wat traditionele hutjes, een grote lapa en een bush douche en toilet. Allemaal keurig verzorgd. Aan het eind van de middag komt de familie San ons halen voor de wandeling: vader, moeder en zoontje, alledrie in traditionele kledij. Windows, het manusje van alles gaat mee om te vertalen, al blijkt later dat Henrik perfect Afrikaans spreekt
We leren hoe we vuur kunnen maken, een val kunnen zetten, hoe ze water verstoppen in struisvogeleieren, van welke plant de vrouw onvruchtbaar wordt, hoe je spoor zoekt, van welke boom je pijlen maakt, welke rups het dodelijk gif bij zich draagt voor de pijlen en hij besluipt een wrattenzwijn (maar schiet mis gelukkig). Deze wandeling is de 250 rand per persoon meer dan waard!
Na de wandeling bereidt Windows ons eten voor ons. Hij laat de kant-en-klare salade van de Spar en het vlees er wel erg smakelijk uitzien en eet met ons mee (zijn voorwaarde om te koken). Als we merken dat ook zijn vriendin en haar 2 kinderen afhankelijk zijn van wat er van de maaltijd overblijft, stoppen we maar met eten.
17 november
Om half 7 staan we op. We drinken Zweedse koffie bij Annicka die ons trots haar hut laat zien. Daarna trekken we erop uit om de omgeving te verkennen. Van de B2 naar Usakos binnendoor naar Spitzkoppe over de D-wegen terug naar Omaruru. Het landschap is fantastisch mooi, wel zien we veel armoede in dit gebied. Mensen moeten hier stenen verkopen om geld te verdienen, erg schrijnend. Onderweg pikken we nog een lifter op, een oude Damara-man. Hij woont door de week in een hut in de bergen met zijn geiten, maar in het weekend gaat hij naar zijn huis in Omaruru. Hij spreekt goed Duits en zit vol verhalen. Hij denkt dat ik Damara heet en ligt helemaal dubbel van het lachen. We laten het maar zo
In Omaruru zetten we hem thuis af met wat appels en sinasappels voor hem en zijn familie en rijden we zelf door naar de supermarkt. Van Windows hebben we een lijstje meegekregen, want hij gaat weer voor ons koken. Lekker makkelijk. We nemen overal de dubbele hoeveelheid van, zodat er in ieder geval ook genoeg is voor zijn familie. Hij kookt ons traditionele mieliepap of porridge zoals ze het hier weer noemen met boerewors en een heerlijk groentesaus. Normaal zijn we niet echt wild van die pap, maar met deze saus is het echt heerlijk zeg. We eten het natuurlijk op de Afrikaanse manier: je neemt wat pap en met je duim maak je er een lepel van die je in de saus steekt. Misschien smaakt het daarom zo goed? Omdat je nu met je handen mag eten?
18 november
De volgende morgen als Windows (dit is niet zijn echte naam hoor) het zelfgemaakte brood klaar heeft, nemen we een beetje met pijn in het hart afscheid van deze gastvrije mensen, maar met de belofte dat we volgend jaar terugkomen. We rijden vandaag naar de Namib Naukluft, het nationale park, waar we op een van de campings willen gaan staan. Maar eerst naar Swakopmund voor wat boodschappen en rondkijken. Helaas is het daar zo druk, koud en bewolkt dat we het na de lunch (The Tug, restaurantboot aan zee, aanrader!) snel voor gezien houden en de woestijn weer invluchten. De weg is prachtig, heuvelachtig en groen na alle regens van april. Camping nummer 1 missen we, de volgende Kies se rus is nog minder dan basic en Jeroen ziet het niet zitten. Bovendien hebben we geen permit (die moest je in Windhoek of Swakopmund kopen), dus hij wil graag doorrijden tot buiten het park en ergens bij een farm slapen ofzo. Zo rijden we uren verder, besluiteloos en chagarijnig (Jeroen dan
. Op de kaart zien we dat de eerst volgende mogelijkheid in Rostock Ritz is, 100 km buiten het park en het is al half 5. We rijden nu bijna het park uit, de Kuiseb Canyon in. Ineens zien we beneden onderaan de brug een witte Toyota met Kaaps kenteken staan. Het zou toch niet zo zijn he…Ja hoor, het zijn Carla en Susanne. We stoppen, zwaaien en roepen. Eerst hebben ze nog niet door dat wij het zijn. 3 uur lang hebben we geen auto gezien en dan staan daar ineens 2 bekenden, erg raar hoor. We rijden ook naar beneden. Daar blijkt dat ze met hetzelfde probleem zitten als wij: geen permit en beetje bang om daar als 2 vrouwen alleen wild te kamperen. We besluiten ook te blijven, met zijn vieren is het toch wat prettiger. Het plekje is wel weer geweldig, in de rivierbedding, tussen de bergen. Prachtig. We gooien al het eten en de wijn weer bij elkaar en maken er een feestmaal van. ‘s Nachts slaap ik toch niet heel erg lekker. Rond de tent loopt een dier, iets met hoeven. Het loopt te snuiven en te trappelen. Ik hou me voor dat het een ezel, paard of koedoe is, veel meer kan het niet zijn in dit gebied. Ook rijden er midden in de nacht nog 2 auto’s samen langs. Wie heeft hier nou wat te zoeken midden in de nacht??
19 november
De volgende dag nemen we afscheid en rijden we naar Solitaire. Vanaf daar willen we naar Sesreim bellen, om te vragen of we een dag eerder terecht kunnen.
We tanken in Solitaire en als we tegen Moose over de appeltaart en het boek Solitaire van Ton van der Lee beginnen, zegt hij dat hij ons een geheim moet vertellen, maar dat we het niet aan de busladingen uit Nederland mogen vertellen. Hij vertelt dat Ton gisteren voor het eerst in 8 jaar weer is aangekomen in Solitaire op de camping staat. Ik, als grote fan van alle boeken van Ton, kan het niet geloven, totdat hij zelf komt aangelopen. Dit is leuk! Wat een toeval. Omdat Sesreim is volgeboekt besluiten we in Solitaire de tent op te slaan. Van Ton (die erg aardig is) horen we dat de hond op de camping de enige hond is uit zijn boek die nog leeft. ‘s Avonds gaat ze met ons mee wandelen, het is een vreselijk lief beest. Ook rijden we nog een stukje rond, de Remhoogtepas door.
20 november
Voor we wegrijden, ga ik nog op de foto met Ton, voor het Ton van de Lee cafe. Tja, die kans mocht ik toch niet laten schieten he. Rond half 8 gaan we op weg naar Sesriem. De plaats die we krijgen toegewezen, nummer 24, is duizend keer beter dan die (2) van vorig jaar. Helemaal achteraf, helemaal ver weg van iedereen. Als je een mooie plek op deze camping wilt moet je vragen op plaats 22 tot en met 27 (wel eindje lopen naar het enige wc-gebouw). Het zwembad ziet er nogal smerig uit (groen water) dus we rijden het park in, eerst naar Elim Dune. We klimmen er een stukje op, maar het is zooo bloedheet zo midden op de dag, dat we al snel de auto (met airco) weer ingaan. Daarna rijden we naar de Sesriem Canyon, net buiten het park. Wat is dit mooi zeg! Het is ongeveer 30 meter die en 1,5 km lang en je kunt er helemaal door heen lopen. In de regentijd ontstaan er meertjes waar je kunt zwemmen, maar nu staat er alleen 1 ranzig waterplasje met een soort van garnalen erin.
Tegen de avond rijden we weer naar Elim Dune, nu willen we hem wel helemaal beklimmen. Dit is verschrikkelijk vermoeiend maar wel helemaal de moeite waard. Als de zon ondergaat verschijnen de schaduwen op de duinen. Dit is zo onbeschrijflijk mooi. De berg achterin kleurt zelfs roze.
We gaan vroeg naar bed, om 4.45 uur zal de wekker gaan, want we willen om 5.15 bij het hek staan. Dan heb je nog een uur voor zonsopgang om de 60 km (over de nu gelukkig geasfalteerde weg) naar de parkeerplaats van de Sossusvlei/Death Vlei af te leggen. Vorig jaar kwamen we vast te zitten in het mulle zand, dus nu willen we koste van het kost op tijd daar zijn. Maar helaas, het zit niet mee. Als we in de Landrover zitten die ons de laatste 5 km door het zand zal brengen, komen we 2 Duitsers tegen die vastgelopen zijn. Onze chauffeur voelt zich gedwongen hen te helpen, ik vraag nog of het niet op de terugweg kan…Tja, wij moesten vorig jaar ook wachten tot ze eerst hun klanten hadden afgezet. Maar nee, het moet nu en hij kijkt me zelfs kwaad aan. Is dat zo’n rare vraag dan, we betalen samen wel bijna 20 euro om op tijd te komen. En de stomme Duitsers bedanken ons niet eens! Ik probeer me erover heen te zetten, want dit is toch wel een excuus om weer terug te gaan en tegen de tijd dat we in de geweldige Dode Vlei zijn ben ik wel weer opgeklaard en zijn de Duitsers vergeten. Wat is het hier toch mooi. Helemaal alleen op de wereld, in die prachtige woestijn. Ook hier is het dit keer een stuk groener dan vorig jaar. Er zijn zelfs bloemen en vogels. Voordat de massa (die eerst de Sossusvlei beklommen heeft) de vallei bereikt zijn wij weer op de terugweg. ‘s Middags arriveren ook Susanne en Carla op de camping en omdat er in de winkel weinig te koop is besluiten we te gaan kijken of we samen bij de Sossusvlei Lodge verderop kunnen eten. Helaas ze zijn volgeboekt. Wel kunnen we er met de credit card wat geld opnemen (je kan in Sesriem de entree niet met credit card betalen, dus al ons geld was op). We blijven de middag lekker op het terras van de lodge zitten, lekker relaxed hoor.
Als we terug zijn op de camping en willen tanken blijkt de benzine op te zijn. De vrachtwagen is gestrand in Solitaire en zal er morgenochtend weer zijn. We nemen de gok echter niet en rijden niet meer het park in, zodat we in ieder geval Solitaire nog kunnen bereiken mocht het nodig zijn. Na al die jaren hebben we wel geleerd de beloften van de Afrikanen met een korreltje zout te nemen. In plaats daarvan rijden we nog een keer naar de Canyon.
21 november
En ieder daad, geloof de Afrikaan nooit op zijn woord. De volgende ochtend is er nog geen benzine. We bellen naar Solitaire om te kijken of de auto daar al vertrokken is, maar we krijgen niemand te pakken. Omdat we geen zin hebben om te wachten rijden we naar de Lodge om te vragen of er ergens op weg naar het zuiden nog een betrouwbare pomp zit. Terug naar Solitaire willen we eigenlijk niet, dit zou te veel tijd kosten. Gelukkig is het meisje bij de receptie erg behulpzaam en ze weet een pomp in Beta, precies aan de weg die we wilden gaan rijden. Dit is na 110 km op de C27. We besluiten dat we haar geloven en hopen dat we het nog redden, 110 km door de bergen op onverharde weg. We komen onderweg helemaal niemand tegen en begin al te fantaseren hoe het moet als we hier een paar dagen zonder benzine komen te staan. Maar gelukkig de camping van Beta heeft een pomp! En er zit nog benzine in ook! Er is zelfs een winkeltje met ijs voor de koelkast, brood, bonen en vlees. Wat wil een mens nog meer? De campingbaas vertelt nog dat ze in Sesriem nog wel dagen zonder benzine kunnen zitten, omdat ze de rekeningen nooit betalen. Goed om te weten! We vervolgen de C27, wat trouwens een fantastisch mooie weg is, tot we op de kruising met de D707 komen. Deze slaan we in, op zoek naar Namtib Biosphere, met camping Little Hunter’s Rest. Van iemand op een prikbord gehoord dat dit geweldig moet zijn. Net als de D707. Aan de ene kant de bergen, aan de andere kant de duinen. In Namtib Farm worden we ontvangen door een aardige Duitse eigenares en haar zoon. Na een drankje rijdt ze ons voor, de camping ligt 4 kilometer van de boerderij. Het is echt heel erg mooi. We nemen eindelijk weer een lekkere, warme douche en gaan bij de tent zitten met een boekje. We zitten echter nog geen half uur, als ik de eerste teek op mijn been voel lopen. Al snel komt er een heel leger teken aanzetten, dit is niet leuk meer. We besluiten de camping te verlaten, we hebben geen zin om ziek te worden. We rijden terug naar de boerderij. De zoon denkt dat het komt door de regens van begin van het jaar en door het feit dat er de laatste tijd maar weinig mensen zijn geweest. Nou lekker dan, jammer hoor. Het was een erg mooie plek. We besluiten een huisje te nemen. Erg duur en we hebben niet genoeg geld meer. Maar dat vinden ze niet erg. We mogen betalen als we weer in Nederland zijn. Wat een vertrouwen. Het goede aan dit alles is dat er nu ook voor ons gekookt wordt. Na een wandeling de bergen op staat er een soort springbokgoulash met pasta klaar. Ook de ananas in een heerlijke zoete Duitse gelei pudding is erg goed. Verder leren we veel over het leven van de boeren in Namibië. Een ding is zeker, ze moeten keihard werken voor hun centen. Om 11 uur liggen we eindelijk in bed, een echt bed dit keer.
22 november
Na het ontbijt nemen we afscheid van Renate en Thorsten en zijn zwijgzame vriendin. Na een half uur komen we erachter dat we de koelkast/tas zijn vergeten en rijden we weer terug, de oprijlaan van 12 km weer op. We rijden verder naar Aus, via de D707. Van Aus had ik me iets meer voorgesteld, maar er is alleen een tankstation met een klein winkeltje. Weer geen pin. Vanaf Aus nemen we de weg naar Rosh Pinah, die bijna helemaal geasfalteeerd is. Volgens Thorsten is er in Rosh Pinah een pin en is dit tevens een van de mooiste routes van Namibië. Het landschap wordt steeds ruiger en de weg vervolgt zich na Rosh Pinah (met pin inderdaad) parallel aan de Oranjerivier. Volgens ons is dit echt de mooiste weg van Namibië! Wat een uitzichten en wat een rust. Er is helemaal niemand! Soms komen we langs een veld vol met bloemen, dan weer rijden we langs steile berghellingen. Aan de overkant van de Oranje zien we de wijnvelden van Zuid-Afrika liggen. Rond half 3 komen we (na 5 uur rijden) op 50 km voor Noordoewer terecht op Norotshama River Resort. Daar blijkt iedereen helemaal van de kaart, want prins Harry van Engeland has just left the building. Gelukkig waren we niet een dag eerder, want dan hadden we er niet op gekund, hij had alles afgehuurd. We krijgen de mooiste kampeerplek die er is, tussen 2 huisjes met uitzicht over de Oranje. We hangen de hele middag bij het zwembad.
23 november
Om half 7 vertrekken we, terug naar Zuid-Afrika. Eerst wilden we nog een tussenstop maken, maar we besluiten toch in een stuk naar Kaapstad te rijden (760 km), zodat we nog tijd hebben om walvissen te zoeken in Kaapstad. Het is een lange rit, maar rond 3 uur zijn we dan eindelijk in Millers Point, de camping aan zee, net buiten Boulders Beach, waar we in 2003 ook al onze vakantie eindigden. We vragen of we dezelfde plek mogen, aan de rand. Helaas alleen wat robben en geen walvissen dit keer. ‘s Avonds eten we in Dixie’s restaurant, net als in 2003. Het is wel weer wennen aan de kou hier. Na weken alleen maar 35 graden te hebben gehad is het hier met 22 graden echt afzien.
24 november
De volgende dag pakken we rustig onze spullen in en rijden we een rondje Kaap. Eindelijk kunnen we dan Chapmans Peak op en het is wel echt erg mooi. In de buurt van Houtbaai vinden we een teagarden waar we heerlijk ontbijten met de lekkerste koffie sinds we in Afrika zijn. De rest van de middag brengen we door in Waterfront. Ik koop nog een doek, en voor Noa en Tess een Afrikaans tuigje. En dan is het tijd om te gaan. Wat hebben we weer een heerlijke tijd gehad!
Foto’s Namibie nov 2006
Enkele foto’s van onze reis door Zuid-Afrika en Namibie staan online.
Foto’s Namibie 2006
geselecteerd als gefixeerd bericht
Welkom
Welkom op het web-log van Jeroen en Tamara.
Hier kun je alles lezen over onze avonturen in Zuidelijk Afrika en wat ons verder zoal bezighoudt! Heb je vragen, laat dan een reactie achter!Groetjes,
Jeroen en Tamara
Beaglebende 28 juli 2006
Op vrijdag 28 juli was er een kleine beaglebijeenkomst op de Bussumse hei. Hier staan de foto’s van Tess, Sam, Kyra, Doedles en de kleine Charlie met hun baasjes
Zeker voor herhaling vatbaar!
Nieuwe reis gepland!
Jaaa, we gaan weer naar Afrika. Dit keer in november, voor 3 weken naar Namibië. Dit land is ons vorig jaar zo goed bevallen en eigenlijk hebben we er ook zoveel nog niet gezien, dat we besloten hebben terug te gaan. Het ticket is inmiddels geboekt, auto ook en de campings in Etosha en de Sossusvlei zijn gereserveerd. Dit wordt ongeveer de route:
Dag 1 van Kaapstad naar een van de mooiste plekken van Zuid-Afrika die we tot nu toe hebben gezien: de Cederbergen
Dag 2 Namaqualand Nationaal Park (ZA)
Dag 3 Augrabies Watervallen (ZA)
Dag 4, 5, 6 Kalahari (Zuid-Afrikaanse kant, omdat we geen 4×4 hebben dit keer)
Dag 7 bij Keetmanshoop ligt een kokerbomenbos, waar je fantastische zonsopgangen en -ondergangen kunt beleven (eindelijk Namibie)
Dag 8 ergens op weg van Keetmanshoop naar Etosha
Dag 9 en 10 Etosha Namutoni
Dag 11 etosha Halali
Dag 12 Etosha Okaukuejo
Dag 13 en 14 ergens in Damaraland voor de woestijnolifanten , Twijffelfontein etc
Dag 15 en 16 weer richting zuiden, Omaruru of zoiets
Dag 17 en 18 Sesreim voor de beroemde rode duinen en de Death vlei
Dag 19 Aus
Dag 20 Langs de Oranjerivier naar de grens met ZA
Dag 21 Cederbergen
Dag 22 weer terug…
Reisverslag en foto’s volgen natuurlijk te zijner tijd.
Reisverslag Nam, Bots en ZA in april 2005
2 april – 1 mei 2005
Namibië, Botswana en Zuid-Afrika (huwelijk)
Bijbehorende fotoselectie: http://www.mijnalbum.nl/Album=P7YPNQOY
Zaterdag 2 april en zondag 3 april
Eindelijk is het zover: vandaag vliegen we naar Windhoek voor een 4-weekse rondreis door Zuidelijk Afrika. Maanden zijn we al bezig met de voorbereidingen en nu gaan we dan eindelijk. Om de tijd te doden (we vliegen ‘s avonds) gaan we nog even Hilversum in voor wat laatste boodschappen. Om 5 uur komt Han ons halen om ons naar Schiphol te brengen. We vliegen via Frankfurt en Johannesburg naar Windhoek. Vooral het stuk van Johannesburg naar Windhoek is fantastisch. We vliegen over de woestijn en het is daar gewon helemaal leeg! De reis verloopt volgens plan, alleen is er wat verwarring over hoe laat het nou eigenlijk is als we in Windhoek zijn (12 uur of 13 uur?). Ze hebben daar weer een andere tijd als in Zuid-Afrika. Maar in ieder geval, de man van Sani Rentals/Kea Campers staat al te wachten (al een uur blijkt later, door het tijdverschil). De medewerker rijdt ons naar het depot in de stad, die nog op zo’n 40 kilometer van het vliegveld ligt. Hij vertel dat dat de enige vlakke plek was in de omgeving van de hoofdstad, vandaar dat het nog zo’n rit is. Meteen al zitten we midden in de natuur, zo mooi. In de stad rijdt de man ons nog langs de pin en dan nemen we onze auto in ontvangst. Hij zit er prima uit, een stuk nieuwer dan de vorige, We besluiten eerst een supermarkt te zoeken die open is op deze zondag. Daar doen we onze eerste boodschappen. Het is warm, maar we voelen ons meteen al weer thuis. Dan stappen we weer in de auto en rijden de stad uit. Op de kaart en in de boeken hebben we gelezen over het Daan Viljoen Park en dat lijkt ons een prima plek voor de eerste overnachting. Aangezien het al 4 uur is en het om 6 uur dondker wordt, besluiten we niet verder te rijden. We vinden het Daan Viljoen al snel, het is slechts 30 km van Windhoek, maar je zit je alweer midden in de natuur. In het park zien we ons eerste wild: gnoes, zebra’s, bavianen en wilde paarden. De camping is prima, maar helaas staan er wat luidruchtige Afrikaners. Omdat we geen zin hebben om te koken, besluiten we naar het restaurant te wandelen. De opzichter vertelt dat deze pas om 19 uur open gaat. Wij zien het probleem niet, want het is toch al 19 uur? Niet dus, de afgelopen nacht is de wintertijd ingegaan, het is pas 18 uur. We snappen er niks meer van, maar geloven de man maar. Dan de braai maar aan, want we willen vroeg naar bed en nog een uur wahcten trekken we niet…We genieten van onze varkenskoteletjes met brood en gaan vroeg slapen, En dat is wel weer wennen. De geluiden buiten houden ons nog even wakker, Een paar keer ritsen we de tent open om te kijken wat er nu weer langskomt. Meestal zijn het paarden. Na een tijdje slapen we dan toch.
Maandag 4 april (>30graden)
Vandaag, de dag van Jeroens verjaardag, staat er een lange rit op het programma. We hebben voor deze nacht in Sesreim gereserveerd. De weg ernaar toe is schitterend, we nemen een b-weg, de c26 en de D1265 naar Nauchas, de Spreetshoogte pas. Dit semi-woestijngebied is fantastisch. Dan weer Bergen met enorme kloven en dan weer lege vlaktes met slecht een paar dorre struikjes. We komen amper iemand tegen. Ergens in die middle of nowhere stoppen we bij een kleine lodge, waar ze ook een cheetah hebben. We praten wat met de Duitse eigenaresse en eten een ontbijtje. Van de cheetah helaas geen spoor.
We rijden door tot Solitaire. Deze plaats is bekend geworden door de Nederlandse schrijver Ton van de Lee die hier heeft geleefd en een guesthouse heeft opgezet. Een paar jaar terug stond er in Solitaire alleen een huis en een benzinestation. Moose, uit het boek, is er helaas niet, maar we proberen wel zijn overheerlijke appeltaart. Het is tenslotte Jeroens verjaardag. Na nog eens 80 kilometer door een dor, maar prachtig woestijngebied komen we aan in Sesreim, de toegangspoort naar de Sossusvlei en de Dode Vlei. Alleen vanaf deze camping is het toegetaan een uur voor zonsoppgang het park in te gaan voor naar wat ze zeggen een prachtige zonsopgang in het duingebied. Reserveren voor deze camping is noodzakelijk!
Het is nu 16 uur en we besluiten alvast een stukje het park in te rijden. We zien onze eerste springbokken, struisvogels en oryxen (gems of spiesbokken. We nemen een douche en gaan weer op tijd naar bed, want de volgende dag willen we immers om 5 uur het park inrijden,
Dinsdag 5 april 2005 bewolkt, lichte regen maar wel heet
Om 4 uur zijn we al op. Helaas is het net vandaag erg bewolkt en het regent zelfs een beetje. Zul je net zien, regent het soms 30 jaar niet in het gebied, maar natuurlijk wel net als wij er zijn. We houden al een beetje rekening met een teleurstellende zonsopgang. In het pikkedonker rijden we over een enrom slechte weg vol met gaten de 65 kilometer naar de Sossusvlei. De laatste 5 kilometer is alleen per 4×4 te doen en Jeroen denkt dat dat hem wel gaat lukken. Ik heb ernstig mijn twijfels, maar laat hem toch maar zijn gang gaan. Helaas krijg ik gelijk, na 600 meter al zitten we muurvast. Jeroen heeft het verkeerde spoor genomen. We beginnen te graven, maar het helpt niets. Gelukkig rijden er vanaf 6 uur steeds pendeljeeps heen en weer om mensen te brengen en ze trekken ons eruit. De zonsopgang is al bezig en we balen als een stekker. Snel stappen we in een jeep. Stiekemn zijn we blij dat het zo bewolkt is, want nu is het minder erg om het allemaal te missen. We laten de Sossusvlei in dit geval rechts liggen en volgen de paaltjes richting de Dode Vlei. Voor de zon zijn we nu te laat en aangezien verder iedereen naar de Sossusvlei gaat, blijkt dit een geode keuze. Hoewel het maar een kilometre lopen is, gaat het niet al te snel in het mulle zand. En ondaks de bewolking en regen is het snikheet. Maar het is wel de moeite waard! Als we over de laatste duintop geklommen zijn, valt onze mond open. Wat geweldig is dit. Je voelt je zo klein, Beneden ligt een sort opgedroogd zoutmeer met een aantal bijna versteende dode bomen en struiken. Het meer is omringd door prachtige rode duinen en door de zon die nu doorbreekt ontstaan de meest prachtige schaduweffecten op de duinen. We zijn er helemaal stil van. Aan de overkant loopt een eenzame gemsbok. We maken een heleboel foto’s en lopen dan weer terug. Onderweg komen we de eerste toeristen tegen op weg naar de dode vallei. We zijn blij dat we zo lekker vroeg waren.
We besluiten om maar niet de Sossusvlei in te gaan omdat we nog een heel stuk willen rijden vandaag, en wel richting Walvisbaai.
De weg gaat dwars door de Namib-Naukluft. Weer komen we bijna niemand tegen, alleen maar springbokken en struisvogels. Af en toe rijden we door schitterende bergpassen maar verder is het gebied vooral erg leeg. En we vinden het geweldig. Het regent behoorlijk en het onweer in de bergen is heftig en indrukwekkend. Af en toe zijn de wegen erg slecht door al die regen, maar het is prima te doen met onze jeep.
Na een lange rit eindigen we op een resort tussen Walvisbaai en Swakopmund, het Long Beach Resort. De camping ligt aan het strand en het is er erg rustig. Het restaurant is gesloten dus we maken wat pasta en brood.
Woensdag 6 april 2005, zonnig en 28 graden.
Vandaag slapen we uit tot een uur of 7, de receptie is pas om 8 uur open, dus we hebben tijd genoeg. Als we nog even over het strand lopen zien we een groepje dolfijnen passeren. Ik had niet gedacht dat we die deze reis zouden zien, dus ik ben aangenaam verrast. Het liefst zou ik nu de oceaan in duiken, maar die is veel te wild en ook te koud helaas.
Vandaag willen we het rustig aan doen. De zeeleeuwenkolonie in Cape Cross staat op het programma. Maar eerst gaan we ontbijten en boodschappen doen in Swakopmond, een leuk dorpje om even rond te kijken. Zoals altijd als we in een stadje zijn, duiken we de plaatselijke boekhandel in en kopen nog een vogelgids met Zuid-Afrikaanse en Engelse vogelnamen. Aan het eind van de vakantie zullen we dan ook van heel veel vogels de Engelse en Afrikaner naam weten, maar niet de Nederlandse…
Rond 12 uur zijn we bij de zeeleeuwen, en het zijn er echt enorm veel. Veel stank, herrie maar zo verschrikkelijk gaaf. Na een rolletje te hebben volgeschoten, lunchen we bij een leuk restaurantje aan zee, waar ik nog een haaientand vind op het strand. Jeroen steekt hem in de leren hoed die die op Jo’burg heeft gekocht en ziet er nu echt uit als Crocodile Dundee. Na het broodje kabeljauw besluiten we naar Skeleton Coast te rijden. Onderweg zien we niets anders dan zand, zand en nog eens zand, net af en toe in deze enorme woestijn een jakhals. We willen slapen op de camping van Torra Bay, maar die blijkt alleen in december en januari open te zijn. Eigenlijk had ik dit al eens gelezen, maar helaas was ik het weer vergeten. Dus ja, wat nu? Het is 15.00, dus Springbokgate halen we nog wel, maar of we dan voor donker een camping vinden. In de buurt van Springbok zit er geen. Terug dan maar. Het wordt de uiteindelijk de camping van Hentiesbaai. 300 kilometer voor niets gereden…maar ja. We hebben lamskoteletten met sla en we maken een praatje met wat Namibiërs.
Donderdag 7 april, zonnig en heet.
Om 6 uur zijn we klaar om te vertrekken. Vandaag gaat het naar Etosha National Park. We nemen de weg naar Uis en dan via Outjo. De eerste 100 km betaat uit een grote zandvlakte met een enkele zandweg. De zeemist beperkt het zicht, dus we doen het rustig aan. Langs de weg zijn met banden en keien heuveltjes gebouwd, die de weg moeten markeren. Verdwalen wil je hier niet. Na een tijdje verschijnt midden in die zandvlakte de schitterende Brandberg. Er moet hier in de buurt ergens een camping zijn, maar die vinden we niet. Voorbij de Brandberg wordt het landschap steeds gevarieerder. Het wordt groener en bergachtiger, en velden vol met gele bloemetjes en springbokken kleuren het landschap. We komen amper iemand tegen, het is fantastisch hier. Rond 13 uur zijn we in Etosha. Aan de poort reserveren we voor 4 nachten: 2 in Halali en 2 in Namutomi.
Meteen al zien we zebra’s. gnoes, spring- en spiesbokken en giraffes. We rijden naar kamp Halali voor de eerste 2 nachten. We nemen de plaats het dichtst bij de waterplaats en als we nog maar net zitten komt er een medewerker van het kamp aan, die ons vertelt dat er olifanten bij de waterplaats zijn. We pakken de camera en sprinten naar de waterpoel, en inderdaad: onze eerste 2 olifanten! Ze nemen een bad. De zon gaat onder en het aantal muggen neemt toe. Ik loop naar de auto om een lange broek aan te trekken, als ik terugkom zijn de dieren verdwenen en de hele avond zien we niets meer. ‘s Avonds eten we in het restaurant en kletsen wat met de eerste 2 Nederlanders die we deze reis tegenkomen.
Na het eten bel ik nog naar Martha, die jarig is. Helaas is ze niet thuis, dus spreek ik maar het antwoordapparaat in.
Vrijdag 8 april 2005, zonnig en 30 graden
Deze dag staan we al om 3 uur naast de tent, omdat ik dacht dat het al licht werd. Helaas niet dus. Als we terugkomen van de wc loopt er een jakhals langs, en dat zal niet de laatste zijn vandaag. We gaan een paar uurtjes slapen. Om half 7 rijden we het kamp uit, richting Anderson Gate. We zien vandaag:
Zebra’s, gnoes, springbokken, giraffes, koribustards, secretarisvogels, diverse roofvogels, spiesbokken, rode hartebeesten, blackheaded en gewone impala’s, een steenbok en 1 agressieve, trompetterende en ons achtervolgende olifant. Verder zien we vooral heel veel jakhalsen en we maken er een paar hele mooie foto’s van zal later blijken. Een groepje van 5 zit een springbok op te peuzelen, het ziet er nogal goor uit.
‘ s Avonds eten we weer in het restaurant.
Zaterdag 9 april 2005, zonnig en heet
Vandaag verlaten we rond half 7 het Halali-kamp en rijden we oostwaarts, naar kamp Namutomi, Hoe verder we naar het oosten rijden hoe meer dieren we zien. In de buurt van het kamp zien we onze eerste leeuwen. Twee jonge leeuwinnen en een mannetje liggen op redelijk grote afstand onder een boompje te slapen. Na een tijdje gekeken te hebben rijden we naar het kamp en checken in. We eten koedoe in het restaurant en na het eten besluiten we nog even te gaan kijken of de leeuwen zich inmiddels verplaatst hebben en dichter bij de weg liggen. Dat blijkt zo te zijn. Ze liggen direct langs de weg nu. Verder zien we vandaag veel olifanten, jakhalsen, zebra’s en giraffes.
‘s Avonds blijkt de koelkast niet meer te werken, een medewerker laadt hem op, maar in no time is ie weer leeg (de accu). Jeroen belt met Martijn van Uitkyk en later met Kea Campers/Sani. Uiteindelijk wordt geregeld dat er morgen iemand een nieuwe komt brengen, bij de gate. Abdullah van Sani zegt dat we deze persoon niet kunnen missen, want hij lijkt nogal op Bin Laden. ‘s Avonds eten we heerlijke broodjes worst, de kip vertrouwen we niet meer. Tijdens het eten staat er ineens een jakhals naast me. Ik schrik me rot. Later horen we dat enkele van deze dieren hondsdol zijn, dus best gevaarlijk.
Zondag 10 april 2005, deels bewolkt, 28 graden
De dag begint goed. De leeuwen zijn weer goed vertegenwoordigd. Op de Fishermans Pan zien we hoe een troep van 4 vrouwtjes en een mannetje een spiesbok veroveren en verdedigen tegen de hyena’s en jakhalzen. We blijven wel 2 uur staan kijken naar dit geweldige schouwspel. Maar dan is het tijd om naar de gate te rijden om Bin Laden te ontmoeten. Echter, na nog geen kilometer staan we weer stil. Drie leeuwinnen met drie welpjes liggen onder een boom. We schieten weer een rolletje vol, maar helaas kunnen we niet lang blijven. Op de verharde weg naar de gate worden we nog opgehouden door een kudde olifanten met veel jongen die oversteekt. Precies om 10 uur zijn we er en nog geen 5 minuten later is Osama er ook. In een kleine toyota tazz met drie anderen en een koelkast komt hij aan. En echt hij lijkt er sprekend op. En dan heeft ie ook nog zo’n witte jurk aan en een soort tulband op. De koelkast doet het helaas niet, dus het zal dan toch echt aan de accu moeten liggen. Met twee koelkasten achterin rijden we naar Namutoni waar een medewerker de accu weer op zal laden en hem later langs zal brengen.
Onder het toeziend oog van een troep mangoesten eten we een broodje kaas en rijden we daarna het park weer in. De volwassen leeuwen liggen uit te buiken nu, de leeuwinnen met de welpjes zien we niet meer helaas. Verder spotten we nog wat olifanten en de gebruikelijke kuddes bokken. Ook zien we onze eerste slang en levende koedoes van deze reis.
Maandag 11 april 2005, zonnig en meer dan 30 graden
Vandaag moeten we Etosha helaas verlaten. Om 6 uur zijn we klaar en vertrekken we richting Rundu. 400 kilometer over een snelweg. De weg is goed en om 12 uur zijn we in Rundu. In het boekje Where to stay vinden we een lodge met camping, Kaisosi River Lodge. Het ligt schitterend aan de Okavango River en we boeken meteen een sundowner cruise bij Martin, de zuidafrikaanse eigenaar. De lodge is geweldig. Elke campingplaats heeft zijn eigen wc/douchehok, echte luxe dus. De rest van de middag zitten we op het terras aan de rivier, zwemmen en lezen we wat. Om 5 uur gaan we de rivier op met een klein motorbootje. Het water staat redelijk hoog en het is overal prachtig groen. De zonsondergang is geweldig. Daarna eten we spiesbok in het restaurant. Een heerlijk luxe dagje vandaag. En dat alles voor nog geen 80 euro!
Dinsdag 12 april 2005, zonnig en heet
De koelkast blijft een probleem. De accu is nu alweer leeg en weer moeten we alles weggooien. Jeroen vraagt Martin om een multimeter, zodat hij kan kijken of het de accu is. Martin heeft er geen, maar belt even een collega verderop die ook monteur is. Na een uurtje is deze man er en al gauw vindt hij het probleem. De draden van de accu lopen onder de auto door en zijn doorgebrand. Hij vervangt de draden en maakt ze vast. We zijn er superblij mee en erg dankbaar. Botswana in zonder koelkast leek ons niet echt prettig, omdat we daar dagen geen winkel zouden tegenkomen. De monteur wil niets hebben voor zijn werkzaamheden, dus geven we hem een paar blikjes bier. Drank doet het altijd goed in Afrika.
Veel later dan gepland, maar wel met een werkende koelkast rijden we naar Katima Mulilo. We willen er op tijd zijn, om randen om te ruilen voor pula’s en inkopen te doen. De weg door de Caprivi is een lange rechte weg, met bijna geen bochten. Je hebt de neiging snel te hard te rijden, maar dat is hier erg gevaarlijk, in verband met overstekende olifanten. Rond half 4 checken we in in Zambezi Lodge, met een prachtige camping aan direct aan de machtige Zambezi-rivier. De zonsondergang is wederom adembenemend, net als de sterrenhemel. We steken de braai aan en gaan vroeg slapen, klaar voor het echte avontuur dat Botswana ons zal bieden. Hopelijk wordt het net zo geweldig als onze eerste 10 dagen in Namibië!
Woensdag 13 april 2005, zonnig en heet
Vandaag hoeven we maar een klein stukje te rijden: van Katima Mulilo naar Kasane aan de grens. Bij de grens doorzoeken ze de auto en moeten we in verband met mond en klauwzeer alle dierlijke producten inleveren. Stom genoeg hadden we net boodschappen gedaan. Die man zal lekker eten vanavond. Gelukkig ziet hij onze geliefde kaas over het hoofd. In het dorp doen we wederom boodschappen en proberen we te pinnen. Dit lukt dus niet en we moeten in de rij voor het loket staan voor ons geld.
We boeken een nacht op de camping van Chobe River Lodge, waar ook Prins Bernard meerdere keren heeft gelogeerd, te zien aan de krantenknipsels en foto’s in de receptie. We zoeken een plekje zo dicht mogelijk bij het water. 1 plek is echter afgeschermd met rode linten, hier is de week ervoor een man met tent en al het water ingesleurd door een krokodil. Geruststellende gedachte…Als we in de Shell guide lezen over de condities van de weg naar Savuti en verder naar Moremi krijgen we onze twijfels bij onze vooraf uitgestippelde route. Ook omdat we tussen het natte en droge seizoen inzitten, we waarschijnlijk niet genoeg brandstof mee kunnen nemen en omdat iedereen iets anders zegt, besluiten we na lang wikken en wegen de route om te gooien. We zullen nu via de oostkant naar Nata en Maun rijden en vanaf daar de situatie opnieuw bekijken. De hele middag brengen we door met twee andere Nederlandse stellen op de drijvende bar van de camping: Annetje en Jeron uit Haarlem (die we ook al in Etosha hebben gezien en waren nogal jaloers op mijn hangmat) en Hans en Sandra uit Nijmegen (2 jaar gewerkt in een ziekenhuis in Malawi). ‘s Avonds braaien we met ons zessen onder het genot van een wijntje en de knorrende nijlpaarden, gillende apen en af en toe een trompetterende olifant). Vooral onze Curry Gewürz uit Namibë valt erg in de smaak ![]()
Donderdag 14 april 2005, zonnig en meer dan 30 graden wederom
Om een uur of acht nemen we afscheid van de Nederlanders en vertrekken we naar Nata. Onderweg zien we op en langs de snelweg nog erg veel dieren, zoals olifanten, buffels en wrattenzwijnen. Een aantal keren moeten we stoppen voor een veterinary check en met de auto en schoenen door een bak met water. In Nata aangekomen gaan we eerst lunchen op Nata Lodge. Er zit ook een camping bij en die lijkt ons wel wat, dus we boeken voor een nacht. Vervolgens bezoeken we het Nata Bird Sanctuary. Volgens de boeken zitten er 167 soorten vogels en een aantal grazers. We zien niet een vogel en verder alleen koeien. Je kunt er wel leuk 4×4 rijden, dus we komen niet helemaal voor niets.
We voelen ons allebei niet zo lekker, dus we eten alleen een kaasplankje met fruitsalade aan de bar. In de tuin worden lesser bushbaby’s gevoerd, een leuk gezicht, normaal zie je deze dieren niet van zo dichtbij. We gaan vroeg naar bed.
Vrijdag 15 april 2005, 30 graden en zonnig
Hoewel we praktisch in een Bird Sanctuary zitten, is het de eerste ochtend dat we niet wakker worden van vogelzang en stresskippen. Vandaag hebben we een lange rit voor de boeg: naar Maun. Maun zelf valt vreselijk tegen. Nergens kunnen we er een gamedrive boeken, de boekhandel vinden en ook geen fatsoenlijke camping zonder schreeuwende Engelse jongeren. De weg naar Moremi is vrijwel onbegaanbaar dus zelf rijden is geen optie. Gefrustreerd na deze lange rit voor niks slaan we lekkere dingen in bij de Spar en gaan op de camping van hotel Sedia staan. Hier kun je wel gamedrives boeken, maar we hebben geen trek daar 100 euro per persoon voor neer te leggen voor een halve dag. Na het eten in het restaurant besluiten we vroeg naar bed te gaan, zodat we de volgende dag vroeg deze deprimerende omgeving kunnen verlaten. Maar van slapen komt weinig terecht. Er is een disco bij het zwembad en de boxen staan precies richting campsite gericht. Rond half 11 gaat Jeroen vragen hoe lang het nog gaat duren. Een half uur, beloven ze. Intussen maken we een praatje met de bewaker, die uit Zimbabwe komt. Hij is geschokt als hij de verhalen over Nederland hoort: files, konijnen als huisdier, regen en sneeuw, fabrieken met een dak. Denk niet dat hij snel besluiten zal naar Nederland te gaan. En zo wordt het toch nog half 12 voor we weer de tent in gaan. De muziek is wel gestopt gelukkig.
Zaterdag 16 april, Tessies verjaardag, zonnig en heet
Om 6 uur rijden we weg uit Maun, op weg naar Serowe, 560 kilometer verderop. Onderweg wordt Jeroen nog bekeurd voor te hard rijden, 17 euro voor 17 kilometer.
Onderweg komen we langs de Makgadaki Pannen en we besluiten te proberen of deze wegen wel te doen zijn. De campingplaats is voor een paar dagen later geboekt, maar misschien kunnen we het vervroegen. Groot nadeel aan Botswana is wel dat je de campings in de Nationale Parken van te voeren moet boeken en betalen. Gelukkig is de beheerder erg vriendelijk en we hoeven niets te betalen. De beheerder zegt nog dat het stuk van het hek naar de receptie het slechtste stuk weg is, dus we zijn hoopvol gestemd. Ik zeg nog, dat we anders wel naar de receptie komen lopen als we vastzitten, maar dat raadt hij ons af, terwijl hij ons op een vers leeuwenspoor wijst. Oke, dat wisten we dus niet, dat hier ook groot wild zit…
Na een kop koffie op de campsite (in Botswana zijn de campings niet omheind trouwens, dat maakt het extra avontuurlijk) nemen we de weg naar de Hippo Pools, waar permanent een groep nijlpaarden huist. Vanaf de Hippo Pools kun je via de droge rivier terugrijden, je maakt dan een loop van ongeveer een uur. We vinden er inderdaad de nijlpaarden en verder zien we nog veel zebra’s, bokken en antilopes. We rijden ook weer langs de dode zebra, die we al vanaf de poort konden zien liggen. Hij is al grotendeels opgegeten door de gieren en maraboes.
De weg is goed te doen, wel 4×4, maar geen echt heel zware stukken. Als we ‘s middags voor het tweede rondje gaan zien we nog een kudde olifanten (ca. 25).
Terug op de camping maken we een vuurtje en koken we pasta. Als de avond valt neemt het aantal geluiden toe. We horen van alles, maar zien niets. We weten dat vlakbij een hyena zit, want zijn gegiechel is wel erg duidelijk te horen.
Het wordt wel een onrustige nacht. Op een gegeven moment horen we de leeuwen brullen, het geluid komt steeds dichter bij. Maar dan is het een tijdje stil. Net als we weer een beetje zijn ingedommeld, klinkt het gebrul weer; en deze keer is het erg dichtbij (zeg maar op de camping). Gelukkig liggen er ook mensen in tentjes op de grond dus die zullen ze wel eerst pakken, denk ik nog. Ik durf amper adem te halen. Op de een of andere manier vallen we toch weer in slaap. De volgende ochtend zien we verschillende sporen rond de auto.
Zondag 17 april 2005, half bewolkt, regen, onweer 25 graden
Vandaag staan we weer erg vroeg op want we moeten een heel stuk rijden. Maar eerst willen we nog een keer het loopje rijden. En dat blijkt een goede keus. We spotten 2 witte neushoorns. Zelfs de lokale gids, die verdacht veel op Mad Mike van Mark lijkt, is erg onder de indruk en grijpt meteen naar de radio om het door te geven. De neushoorns worden hier maar heel zelden gezien blijkt. Na de ronde rijden we naar Serowe, nog 450 km. Het Khama Rhino Sanctuary is vrij klein en we zien weinig door de dichte begroeiing. Alleen 2 neushoorns, giraffes, zebra’s en nog wat kleiner wild. De campingplaatsen zijn in 1 woord geweldig: ruime plaatsen met veel privacy. We kiezen een plaats uit met in het midden een grote baobab boom. Daar kan dan lekekr mijn hangmatje in hangen. Helaas kunnen we niet lang van deze fantastische plek genieten, want het begint heel hard te regenen en onweren. De tent is net op tijd klaar. We gaan douchen (in het gebouwtje zonder ligt en met hout gestook warm water) en gaan dan maar naar bed. Er is geen restaurant en ook geen schuilplek, dus er zit niks anders op. De tent blijkt niet waterdicht te zijn en ook onder de tent in het dak van de auto zitten twee boorgaten dus al onze spullen en wijzelf worden zeiknat. Het wordt sowieso een slapeloze nacht, niet alleen door de nattigheid, maar ook door het gesnuif, gesnuffel en getrappel onder de tent…Volgende morgen zien we aan de sporen dat het vooral zebra’s en impala’s geweest moeten zijn.
Maandag 18 april 2005, half bewolkt maar heet
We zijn redelijk aan de late kant als we Khama Rhino verlaten. We gaan eerst naar Serowe waar we onze pula’s willen inwisselen voor Randen. Na lang zoeken vinden we de plaatselijke bank. Het is er gigantisch druk (pay day) en we staan meer dan een uur in de rij. Gelukkig heeft de bank net genoeg randen op voorraad. En dan kunnen we verdern aar Zuid-Afrika. De weg naar de grenspost Martin’s Drift is prima. De omgeving wordt steeds heuvelachtiger. Na een hoop gewirwar met papieren en paspoorten kunnen we verder. We hebben besloten meteen door te rijden naar het Krugerpark, voor een paar relaxdagen voor ons huwelijk. Pas om half 5 zijn we in Punda Maria, waar we een wild card kopen. Op de camping is plaats genoeg en we vinden een mooi plekje aan het hek, vlakbij de uitkijkpost. Sinds ons vorige bezoek in de herfst van 2003 is het kamp behoorlijk opgeknapt. De toiletgebouwen zijn vernieuwd en er zijn een uitkijkhut en een zwembad bijgekomen. We eten in het kleine restaurant van Punda Maria en vieren onze laatste ‘verkeringsdag’.
Dinsdag 19 april 2005, zonnig, 34 graden.
‘s ochtens rijden we naar het uiterste noorden, Pafuri en Crocodile Bridge. De zonsopgang in de bergen is prachtig. We zien weinig dieren, alleen wat apen, olifanten en een visarend. Maar het blijft volgens mij een van de mooiste gedeeltes van het park, de groene heuvels en de grote baobabs. Na de ochtenddrive gaan we het nieuwe zwembad maar eens uitproberen. Er is verder niemand en het is heerlijk. Omdat we het hele Kruger toch al eens gezien hebben en we ook deze reis al zo veel dieren gezien hebben, voelen we niet die rusteloosheid van ‘we moeten erop uit om alles te zien’. Eigenlijk wel heel prettig, we komen heerlijk tot rust.
‘s Middags doen we de Mahonieloop. We zien een grote kudde olifanten met kalfjes beneden in de rivier. Waarschijnlijk hebben ze ons gehoord want ze beginnen luid te trompetteren. Een groot mannetje komt ons tegemoet, redelijk dreigend. De weg is smal en ligt op een helling, dus keren is geen optie. We rijden achteruit en zien dan gelukkig een plek waar we kunnen keren. De olifant is spoorloos. We wachten af, of we hem ergens de heuvel af zien dalen naar de kudde. Maar dan ineens, vanuit het niets staat ie vlak naast de auto. Jeroen schrikt zich rot en geeft gas. Gelukkig schrikt de olifant hiervan ook en blijft ie stil staan. We gaan er snel vandoor, bang dat we zo midden in de kudde zitten. Voorlopig heb ik het helemaal gehad met olifanten. Vooral als we van de pompbediende en een andere toerist ook nog wat enge verhalen over de kuddes in het noorden.
‘s Avonds bellen we met mijn ouders en met Marije. Met Tess gaat het prima, gelukkig. De olifanten en buffels brengen nog een bezoekje aan de waterhole. Wat een lawaai weer. Maar verder slapen we heerlijk.
Woensdag 20 april 2005, zonnig, 34 graden, ‘s avonds regen.
Vandaag rijden we naar Shingwedzi. Onderweg zien we weer weinig, alleen olifanten en onder de brug voor het kamp ligt een grote leeuw. We ontbijten in het restaurant en doen nog wat ritjes in de buurt. De rest van de dag relaxen we in het zwembad en kletsen we wat met een stel Afrikaners, de eerste Afrikaners die zich niet minderwaardig of racistisch uitlaten over de zwarte bevolking. Blijft toch een groot nadeel van dit land, dat je dat soort minachtende gedrag hier nog zo veel tegenkomt.
‘s Avonds eten we in het restaurant en doen we een night drive. We verwachten er niet veel van, want meestal valt het enorm tegen. Maar dit keer zien we erg veel: impala’s grijsbokjes, springhazen, een arend, een troep van 6 leeuwen, een leeuwin alleen (ze lijkt ziek te zijn), 2 olifanten en als klapstuk nog een moeder hyena met 4 of 5 jongen!
‘s Nachts regent en onweert het, maar gelukkig niet zo heftig als in Botswana, dus we blijven droog in de tent.
Donderdag 21 april 2005, bewolkt, regen en fris, 22 graden
Vandaag zijn we naar Balule gereden, bij Olifantskamp. Onderweg weer weinig dieren, alleen nijlpaarden en olifanten natuurlijk. Een olifant had bedacht dat het wel leuk zou zijn als hij de weg ging versperren en dat een paar uur vol ging houden. Hij stond gewoon midden op de weg, voorpoten over elkaar, slurf over zijn slagtand, terwijl aan beide kanten een file ontstond. Na een half uur zijn we maar omgekeerd om een andere weg te nemen (terwijl we er bijna waren!).
De camping van Balule is helemaal geweldig. Er zijn maar 15 plaatsen, allemaal aan het hek. Het ligt aan de Olifantsrivier en je hoort de hele dag de nijlpaarden. Verder komen er olifanten en hyena’s voorbij. In de verte horen we leeuwen brullen. Er is geen stroom en ‘s avonds is de badkamer en keuken verlicht met petroleumlampjes. We krijgen hier weer echt een ‘bushgevoel’.
Vrijdag 22 april 2005, bewolkt, 22 graden
Vandaag zijn we van Balule naar Maroela gereden. Een van de nijlpaarden van Balule stond nog aan land, prachtgezicht. Op de S89, iets verderop, zien we in totaal 6 leeuwen. Twee zijn er aan het paren. Later zien we nog 4 leeuwen en een wilde kat! Vreemd genoeg geen enkele olifant vandaag. We drinken wat bij Mopani (leuke plek!) en later bij Satara (veel bejaarden en bussen vol Nederlanders en Duitsers).
Zaterdag 23 april 2005, regen
Al om 6 uur verlaten we Maroela en het Krugerpark om via de Panoramaroute naar Hoedspruit te rijden. De Berlin Falls stromen harder dan in 2003 en het is minder mistig bij God’s Window. Bourkes luck slaan we over, want die willen we de volgende dag met mijn ouders bezoeken. Al om 12 uur rijden we privé-reservaat Balule binnen, waar Corné en Miriam Amukela runnen. Corné heb ik leren kennen via een internetforum over ZA. Hun beide ouderparen zijn er ook op vakantie en het is erg gezellig. Amukela ligt er prachtig bij. En net als er een grote olifant bij het hek staat valt de stroom uit, dus het wordt nog even spannend. Gelukkig besluit hij net op tijd om te draaien en weg te lopen. Intussen begint het steeds harder te regenen en we besluiten in een rondavel te slapen in plaats van in de tent.
Zondag 24 april 2005, half bewolkt 28 graden
Vandaag (de verjaardag van mijn vader) gaan we mijn ouders ophalen in Hazyview. Ze zijn de nacht ervoor met Martha en Remco geland in Johannesburg en zullen met hen oprijden tot Hippo Hollow, waar wij ze verder zullen begeleiden naar Amukela. Martha en Remco blijven in Hazyview. Wij zijn er al rond 11 uur en doen eerst boodschappen bij de enorme Spar, alvast voor de bruiloft. Rond half 2 zijn ze in Hazyview en na een drankje laten we Martha en Remco achter en vertrekken richting noorden. Mijn ouders raken nu al niet uitgesproken over al het moois wat ze hebben gezien. Dus als ze al zo enthousiast zijn over de redelijk saaie wag van Johannesburg naar Hazyview, ben ik benieuwd wat ze van het Krugerpark zullen vinden. Ik rijd in mijn vaders auto, zodat hij lekker kan rondkijken en mijn moeder stapt bij Jeroen in. We bekijken de Mac Mac Falls en Wonder View. Helaas is er geen tijd meer om de hele route uitgebreid te bekijken, maar gelukkig vinden ze dit al prachtig. Om precies 6 uur rijden we Balule binnen. Mijn vader spot meteen al buffels en giraffes. Ook de rondavel bevalt ze prima en als ‘s avonds nog olifanten de lodge bezoeken zijn ze helemaal tevreden. ‘s Avonds is er een braai en drinken we een borrel op mijn vaders verjaardag. Hij is ook erg blij met de olifantensokken die we in Pelgrims Rest voor hem hebben gekocht.
Maandag 25 april 2005, regen en benauwd
De dag voor ons huwelijk…Rond 9 uur verlaten we Amukela. We hoeven maar een klein stukje te rijden en we willen eerst in Hoedspruit nog proberen een trouwboeket te kopen. We vinden een klein bloemenzaakje en ze maakt een boeket van de inheemse paradijsvogelbloemen. Het kost slechts 38 rand! Daarna rijde we naar Orpen Gate. Onderweg stoppen we nog voor nijlpaarden en apen, mijn ouders zijn erg onder de indruk en wij vinden het geweldig ze zo te zien genieten. Dit is waar we op gehoopt hadden. Ze waren van te voren best angstig voor het grote onbekend, maar het bevalt ze nu super en ze lijken geen spijt te hebben. We checken in in Orpen en rijden gezamelijk naar Satara voor een lunch. Van daaruit zullen mijn ouders naar Olifantskamp rijden en wij terug naar Maroela. Dat was althans de bedoeling, maar Jeroen en ik zijn zo in gedachten dat we de verkeerde weg nemen. Als we naar een tijdje een hele groep giraffen zien vind ik het al raar dat ik die op de heenweg gemist heb. Als we dan na een uur bij een rustplaats met snackbar komen, zien we ineens onze fout in, we zitten helemaal verkeerd. We zijn bij Tshokwane, 50 kilometer ten zuiden van Satara, terwijl we 50 kilometer ten westen van Satara zouden moeten zitten. Dus moeten we helemaal terug en de tijd begint te dringen. We balen goed en dan begint het ook nog te stortregenen. Intussen krijgen we een sms van mijn ouders dat ze zijn aangekomen en een van Jeroens ouders waar we toch blijven. Zij overnachten ook in Maroela deze nacht. Pas om 5 uur komen we aan, in de stromende regen en met allebei een heftige hoofdpijn. De zenuwen beginnen nu ook te komen. We zijn niet echt gezellig gezelschap en gaan vroeg naar bed.
Dinsdag 26 april 2005, DE DAG! Half bewolkt, eerst koud, ‘s middags zon en 23 graden
Vandaag gaat het gebeuren! Om half 6 staan we op. Het is bewolkt en het regent af en toen en bovendien heb ik knallende koppijn. Balen dus. Jeroen en ik rijden eerst naar Orpen om de laatste dingen te regelen. Het meisje van de receptie heeft zelfs nog kunnen regelen dat we 4 tenten naast elkaar krijgen. Dan halen we Jeroens ouders op en rijden naar de picknickplaats van Timbavati voor een ontbijt met de ouders en later misschien ook Martha en Remco, die uit Hazyview moeten komen. Op de weg ernaar toe zien we nog 5 leeuwen. De picknick is gezellig, we hebben eieren, bacon enzovoort. Net als we aan het inpakken zijn rond 11 uur komen Martha en Remco er nog aan geracet. Helaas moeten Jeroen en ik om 12 uur in Orpen zijn voor een ontmoeting met de ambtenaar van de burgerlijke stand, dus veel tijd om bij te praten is er niet. Precies om 12 uur zijn we op de afgesproken plek, alleen Thabu Pienaar is er nog niet. Omdat Afrikanen altijd te laat zijn, wachten we nog 3 kwartier. Dan besluiten we toch maar eens te bellen. Thabu blijkt nog in Satara te zijn. Hij is er over een uur. Typisch Afrikaans. Ineens besluiten we ons dan maar over te geven aan de Afrikaanse gewoontes en alle stress valt van mij af. De hoofdpijn verdwijnt. We halen de bloemen op in de receptie en we rijden dan maar vast naar Tamboti om alles klaar te zetten. Iedereen is er al en er wordt een balkon voor de braai (nummer 15) en voor het trouwen (nummer 14) uitgezocht. Wij slapen in 16. Om 14 uur is Thabu er ook en we spreken het een en ander met hem door. Dan gaan we ons omkleden in de doucheruimtes. Wij zijn om 15 uur klaar, maar Thabu is nergens te bekennen. De ouders zijn gestresst, maar wij raken er al aan gewend. Kwart over 3 lopen mijn vader en ik over het paadje tussen de bomen door naar de tent, waar de rest wacht. De moeders met hun camera gaan voor Jeroen staan, maar gelukkig kijkt hij over ze heen
De ceremonie is kort, maar erg leuk. Thabu vertelt eerst iets over het Krugerpark en de dieren en begint dan aan het officiële gedeelte, alles in het Afrikaans. Dan hoort mijn moeder ineens het woord ringen en zien we haar opschrikken. Ze heeft ze in de tent laten liggen. Hup stoelen aan de kant, zodat ze ze kan pakken. Ze heeft van thuis een rood kussentje meegenomen en het ziet er leuk uit. En dan zijn we ineens getrouwd! Tijd voor champagne dus…We krijgen nog een kaars in bamboe van Thabu en hij heeft ook een cadeau van Jolanda van Fundisa Weddings mee. Een prachtige beschilderde kaars met giraffes en onze namen met datum. Na het enthousiaste gestrooi met rozenblaadjes door Zita, worden we opgeschrikt door een grote baviaan die de tent met het voedsel is binnengeslopen. De schade blijft beperkt, we waren er op tijd bij. Alleen wat pinda’s, brood en shag heeft ie op de grond gegooid.
Als Thabu weg is zetten we alles klaar voor de braai. Het is erg gezellig en we krijgen ook nog wat cadeaus: van de ouders een weekend Ameland als we een half jaar getrouwd zijn en van Martha een fotoherinneringenboek van vroeger. Van mijn werk heeft ze nog een kalender meegekregen met onze eigen foto’s. Later thuis volgt de rest.
Rond 10 uur is iedereen op en gaan we naar bed. ‘s Avonds regent het maar dat maakt nu niet meer uit. Overdag was het heerlijk gelukkig, Mijn ouders worden nog een keer gestoord door de baviaan, maar verder blijft het rustig.
Woensdag 27 april 2005, redelijk zonnig 25 graden
Rond half 6 is iedereen behalve Remco al op. We ontbijten, ruimen op en dan gaat iedereen zijn eigen weg. Martha en Remco naar Olifantskamp, mijn ouders naar Orpen en Jeroens ouders naar Letaba. Wij gaan weer naar Maroela. Maar eerst regelen we voor die avond een night drive vanaf Orpen, samen met mijn ouders en een slaapplaats voor de 29e. Omdat het een lang weekend is dan, zitten alle campings al vol, dus moeten we onze laatste nacht doorbrengen in een rondavel in Pretoriuskop.
We maken een drive in de buurt en zien een cheetah op de weg van Orpen naar Satara. Verder zien we eigenlijk weinig. Om 13 uur zijn we weer op Maroela, waar we de rest van de dag lekker niks doen. Even is er nog onrust in het kamp, want een man denkt dat hij luipaarden hoort buiten het hek onder een boom, maar helaas blijken het apen te zijn. Tijdens de nightdrive met mijn ouders zien we een olifant, jakhals en een honingdas.
Donderdag 28 april 2005
Als we op weg zijn naar Balule zien we al na een kwartier een cheetah, ongeveer op de zelfde plek als gisteren. Hij is maar even te zien, maar ik heb hem wel zelf gespot!
Op Olifantskamp hebben we afgesproken met Martha en Remco voor een bak koffie. Je kunt daar prachtig zitten met uitzicht over de olifantsrivier. Een van onze favoriete plekken in het Kruger (net als Balule,Pafuri, Lower Sabie, Punda Maria en Maroela). Later komen ook Jeroens ouders er bij, erg gezellig, Met hen rijden we naar Balule voor een overnachting. Ze zijn erg gecharmeerd van dit kamp. Meteen staat er al een kudde olifanten voor het hek en tijdens het eten komen de hyena’s weer. We genieten van de rust en drinken een wijntje onder de prachtige sterrenhemel.
Vrijdag 29 april 2005
Vandaag staan Jeroen en ik vroeg op, want we moeten helemaal naar Pretoriuskop rijden, zo’n 200 km. Het allermooiste wat we vandaag zien is een glimp van een luipaard, vlakbij de Kruger-gedenkplaat. Ik zie hem toevallig als ik door de verrekijker de koppie afspeur, maar helaas verdwijnt hij net naar de andere kant van het kopje. Niet eens genoeg tijd om de camera te pakken. We rijden nog een beetje in de buurt rond in de hoop hem weer te zien, maar helaas.
Op Pretoriuskop ontmoeten we mijn ouders weer. Ze zitten heerlijk in de zon met een drankje. Ze zijn nog helemaal onder de indruk van Lower Sabie, waar ze de nacht ervoor sliepen.
We besluiten nog een laatste georganiseerde drive te doen, een sunsetdrive, Als Jeroen en ik willen gaan boeken, hoor ik de medewerker tegen de 2 Nederlanders voor ons zeggen dat ze vol zitten. Ik probeer haar zo ver te krijgen dat ze voor ons zessen nog een extra wagen regelt en dat lukt ook nog! Na veel heen en weer gebel heeft ze een auto en een gids.
Helaas als we net een half uur onderweg zijn, wordt de gids gebeld dat er nog 3 mensen staan die mee hadden gemoeten. Ze waren te laat, maar toch rijdt hij terug. Het zijn 3 zeer irritante, betweterige en luidruchtige Afrikaanse studenten, die beweren dat ze er stonden om 17 uur. Niet dus. Door hen moeten we nu een andere route doen, die vlak langs de grens gaat. We zien alleen een dorp, een uil, koedoe, olifant en een kameleon. Voor dit laatste dier rende de gids ineens de auto uit, 10 meter de bush in en kwam hij terug met een minuscuul beestje van ongeveer 6 centimeter en helemaal groen. En dat in het donker. Ongelooflijk dat ie dat gezien heeft!
Na de rit trakteren mijn ouders ons op een etentje in het restaurant. Daarna gaan we naar onze hut voor de laatste nacht.
Koninginnedag 2005
Na een goede nacht pakken we de tassen in en gaan ontbijten met mijn ouders. En dan is het tijd om te gaan. Zoals gewoonlijk als ik weg moet uit Afrika, kan ik mijn tranen weer niet tegenhouden. Bij Middelburg ontmoeten we Martha en Remco voor een lunch en daarna rijden we met 3 auto’s verder naar Johannesburg. De volgende dag om 9 uur ‘s ochtends zijn we thuis. Vanessa en Roy, Marije en Marion en Geoff en Roswitha met de kinderen wachten ons daar op. En natuurlijk met Tess! De tuin is versierd en er staat een nieuwe tuinset, er is eten en drinken en iedereen is vrolijk. Een uur later zijn ook Martha, Remco en mijn ouders geland. Alleen zijn ze nog niet zo snel in Bussum, want er is een koffer kwijt. Later die dag komen de buurvrouw, Annelies, Martijn, Marleen en Barry nog langs. Maar we zijn erg blij als we om 10 uur eindelijk in bed liggen.
We kunnen terugkijken op een fantastische reis met vele hoogtepunten, waaronder de Death vlei, Etosha en de Caprivi in Namibië, de echte wilde dieren van Botswana, de Makgadikadipannen en de enorme baobabs in Botswana en natuurlijk ons huwelijk in het Krugerpark.
[url=]
Onverwacht reisje..
We zijn weer terug uit Zuid-Afrika en Swaziland van 2 weekjes toch wel vrij onverwachte vakantie.
4 december Dag 1: van Johannesburg naar Piggs Peak via Barberton. Fantastische weg, vooral het laatste stuk vanaf Barberton tot Piggs Peak, via Bulembu grensovergang.
5 en 6 dec Prachtig Swaziland in de buurt van Piggs Peak bekeken.
7 december : we vertrekken naar St Lucia aan de Indische Oceaan. Het is een erg lange rit en het is erg heet. Bij Jozini Dam zien we vanaf de weg onze eerste olifanten, beneden bij de dam. Het is een kudde van wel 60 suks. In St Lucia regelen we een camping voor 3 nachten: Sugar loaf. Het ligt bij de riviermond, waar we veel nijlpaarden , krokodillen en erg veel vogels zien. De camping zelf is een beetje verwaarloosd. In het dorp komt alles weer bekend voor. Net als het prachtige strand, waar ik nog even een duik neem in de oceaan. Helaas slaat ‘s avonds het weer om. De schildpaddentour die we voor de volgende avond hadden geboekt gaat niet vanwege de hevige regen en verschuift een dag. De tent blijft gelukkig droog van binnen.
De 8e besluiten we ondanks de regen naar Hwluwhle Umfolozi National Park te rijden. Hier krijgen we geen spijt van, want net als in 2003 is er weer veel te zien: neushoorns, olifanten, buffels, etc.
9 december is het nog steeds rotweer, al lijkt het iets lichter te worden. We gaan vandaag naar Cape Vidal. De camping was helaas volgeboekt, dus dan maar een day visit. Het weer klaart redelijk op en we genieten er van. We zien redelijk wat wild en enorme vogels. De stranden zijn nog steeds prachtig, al is de zee behoorlijk wild.
‘s avonds dan eindelijk de schildpaddentour. Het is droog geworden gelukkig. Hoopvol beginnen we aan de tocht, met diner op het strand. Helaas, het enige wat we zien is een sppor van een schildpad dat niets gelegd heeft. De gids leidt ons nog lopend een stuk langs het strand van Cape Vidal, maar hij rent zo hard dat er voor ons geen lol aan is en we worden behoorlijk chagarijnig. Als we terugrijden zien we nog wel een luipaard, maar omdat de kinderen van de gids zo hard praten en hij zelf zijn spotlight niet goed richt is ie al weg voor we een goede foto hebben kunnen maken. We balen enorm. We zien nog wel bushpigs, jakhalsen, hippos en vechtende neushoorns. De 500 rand per persoon vonden we niet de moeite waard. En dat kwam niet alleen doordat we geen zeeschildpadden hebben gezien. Intussen regent het weer, dus vroeg de tent in.
10 december vertrekken we al vroeg naar Ithala Game Reserve. Als we er aankomen na een lange rit (de weg was slecht, slechte wegen door de bergen met veel mist en duurde veel langer dan verwacht , namelijk wel 4 uur voor 250 km) is het weer opgeklaard. De zon schijnt en het is erg warm. Ithala is helemaal geweldig, we voelen ons er helemaal thuis. Op de receptie van het hoofdkamp melde we ons, drinken wat en geven ons op voor de guided walk de volgende morgen om 6 uur. Dan rijden we naar de camping. Onderweg al veel wild, ook een aantal neushoorns. De camping is echt geweldig. Aan een rivier, een openluchtdouche met alleen koud water, een wc met alleen een dakje, geen stroom. We zijn in ons element. We zetten de tent op en rusten en baden wat in de rivier. We zien nog een luipaardspoor in de bedding. Het is intussen stikheet. Eindelijk krijgen we een beetje vakantiegevoel.
De volgende dag gaan we om 5 uur op weg, want het is een uurtje rijden naar het hoofdkamp voor de wandeling. Er gaat nog een Zuid-Afrikaan mee, wat handig blijkt omdat hij Zulu spreekt en de gids amper Engels. Hij weet veel te vertellen over de planten en dieren. We zien neushoorns op 10 meter en het is echt gweldig. Je voelt de grond trillen als ze wegrennen. Een wildebeest houdt ons angstvallig in de gaten enn snuift bedreigend. We zien sporen van zwarte neushoorns van gedurende de nacht, maar helaas zien we ze niet. Het is echt fantastisch.
Na de wandeling en een ontbijt maken we een drive door het park. Er zijn niet veel wegen, dus we rijden alle wegen. Het is echt zo mooi….
Mijn hoest (waar ik al weken last van heb) is nog steeds heel erg, en ‘s avonds komt de Zuidafrikaanse buurvrouw op de camping ons een paar strepsils en poedertjes brengen. We kletsen wat en we vertellen wat we van Afrika vinden en dat we als we hier zijn alleen de kaas missen. Ze nodigt ons uit voor een wijntje met Franse kaasjes na het eten. Erg gezellig!
12-12 De volgende ochtend vroeg vertrekken we naar Swaziland (5 uur) waar we om 10 uur een afspraak hebben met de STA en SIPA in Mbabane. We rijden naar Phophonyane Lodge voor de nacht. We zijn kapot en verlangen naar een goed bed. Hoewel erg duur (en niet echt waar voor je geld) blijven we. We gaan lekker vroeg naar bed.
13-12 Het regent weer helaas. We rijden door naar het Krugerpark. De volgende 5 nachten slapen we op Berg en Dal, de enige camping die nog vrij was. We genieten van de natuur en de dieren (de olifanten zijn erg vriendelijk dit keer).
14-12 We doen wat gamedrives en genieten van de rust. Veel neushoorns, olifanten, hyena’s.
15-12 vandaag rijden we van Berg en Dal naar Lower sabie naar Skukuza en terug naar Berg en Dal. Een enorme rit, maar we zien erg wienig helaas. Het is te heet voor de dieren.
16-12 Vandaag is het weer een prachtige dag. We rijden even op en neer naar Swaziland voor een afspraak. In Berg en Dal boeken we bij terugkomst nog een night drive die overigens al om 17 ur begint, dus we moeten nog haasten.
De night drive is geweldig, we zien 2 luipaarden, buffels, nijlpaarden, neushoorns, hyena’s, en ik ontdek als enige een troep leeuwen. We rijden net een weg in als ik op de andere weg in de verte een katachtige zie oversteken. Ik twijfel en wil niet voor lul staan, maar jeroen grijpt in en we rijden terug en gelukkig: en hele troep jagende leeuwinnen. De hele jeep is me dankbaar en ik krijg steeds voorrang bij het fotograferen
.
17-12 Onze laatste volle dag en nacht. Het is benauwd. Te heet ook, want we zien weinig dieren. Als we ‘s avonds nog bij de waterhole in de buurt staan, waar we een storm zien aankomen, wijst een man ons er op dat in het kamp een luipaard te zien is. We ‘racen’ als een gek terug. Lang hoeven we niet te zoeken. Bij het hek staat het vol met mensen en aan de andere kant van de rivier ligt inderdaad een luipaard. Geweldig!! Helaas wordt het al donker en begint het als een gek te regenen en onweren, maar we hadden het niet willen missen. Als we echt niets meer zien gaan we een hapje eten in het restaurant. Daar is het tenminste droog. De stroom valt steeds uit, het weer is echt slecht. Het stormt en flitst aan een stuk door. We duiken meteen de tent in, die gelukkig droog blijft. Als we al slapen worden we gewekt door een vrouw of alles goed is. Geen problemen hoor. De volgende dag blijkt het de buurvrouw te zijn geweest. Iedereen om ons heen heeft staan hozen in caravans en voortenten en ze dachten minstens dat we verdronken waren. Maar wij waren als enige droog gebleven in ons kleine tentje! Dan is het tijd om te gaan, helaas. Ons laatste dier in het KNP is net als het eerste, een olifant…
Een paar fotootjes:
http://www.mijnalbum.nl/Album=LKAKVKYM[url=]


